“Ich möchte hier raus!”

Vanuit de 19e eeuw komen we zo de 20e eeuw binnen, waarin natuurlijk ook de vrouwen uit het vorige hoofdstuk werkzaam waren. Maar hoeveel vrouwelijke kunstenaars kennen we nou eigenlijk uit de 20e eeuw? De lijst met mannelijke kunstenaars blijft doorgaan. Chagall, Hirst, Kandinsky, Malevich, Matisse, Mondriaan, Munch, Picasso, Rivera, Rothko, Warhol, ga zo maar door… Vrouwelijke kunstenaars worden misschien iets moeilijker. Hoeveel van de vrouwen uit het vorige hoofdstuk kende je? Welke van de volgende vrouwen ken je? Georgia O'Keeffe, Louise Bourgeois, Eva Hesse. Maar dit is zeker niet alles. Serieus, google eens op ‘vrouwelijke kunstenaars 20e eeuw’, Wikipedia staat er vol mee. 

Na de tweede wereldoorlog, verzekerd van actief vrouwenkiesrecht, begon de 2e feministische golf. Veel vrouwen deden actief mee met deze beweging maar het is onduidelijk wanneer deze golf precies begon. Misschien begon het met Rosie the Riveter uit de Tweede Wereldoorlog. Zij werd het symbool in Amerika voor de campagne om vrouwelijke werkers te vinden voor fabrieken ter vervanging van de mannen die vochten in de oorlog. Ze werd een feministisch icoon. Vrouwen zochten naar gelijkheid op de werkvloer met als eerste doel, gelijke salarissen. Met als gevolg de ‘Equal Pay Act’ in 1963. Misschien begon het in 1949 met ‘Le Deuxième Sexe’, een essay van filosofe Simone de Beauvoir en dit wordt in Frankrijk gezien als de oprichtingstekst van het feminisme. In de Verenigde Staten wordt ‘The Feminine Mystique’, 1963, van feminist en sociaal activist Betty Friedan gezien als de aftrap van de 2e golf. In ‘Four Waves of Feminism’ van Martha Rampton wordt verteld dat de 2e golf begon in 1968 met de demonstraties tegen de Miss America verkiezingen in Atlantic City.

De start van deze tweede golf is wat onduidelijk. Verschillende bronnen uit verschillende landen beweren dat het begin van deze golf op verschillende momenten in onze geschiedenis kan zijn begonnen. Maar over het algemeen lijkt men het erover eens dat deze golf begon na de tweede helft van de vorige eeuw.

“But, it was not until the late 1960s and early 1970s that women as a group, as activists rather than mere flâneuses, really took over public space for themselves, marching for a woman’s right to control her own body as their grandmothers had marched to vote.”

-Carol Armstrong en Catherine de Zegher.

Women Artists at the Millennium, edited by Carol Armstrong & Catherine de Zegher,  p.25, “why have there been no great women artists?” Thirty Years After

In 1967 verscheen het artikel ‘Het Onbehagen bij de Vrouw’ van Nederlands Taalkundige, journalist en politicus Joke Kool-Smit in maandblad ‘De Gids’. Dit artikel wordt in Nederland gezien als het manifest van het feminisme. In 1968 richtte Joke Smit samen met sociologe, sociaal geografe en politicus Hedy d’Acona, de actiegroep ‘Man Vrouw Maatschappij’ op. Zij streden voor gelijke opleidingskansen, kinderopvang en abortusrechten. En eind 1969 kwam actiegroep ‘Dolle Mina’ tot stand, vernoemd naar politicus, schrijfster en een van de eerste Nederlandse feministen: Wilhelmina Drucker. De Dolle Mina’s is met name bekend door hun actie ‘Baas in eigen buik’, voor zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam en het recht op abortus. Dit haalde ze in 1981 in en wet de mogelijkheid op vrije abortus werd vastgelegd.

In 1972 werd in de Verenigde Staten de ‘Equal Rights Amendment’ opgesteld tegen discriminatie op basis van geslacht, maar door veel tegenslag van conservatieven werd dit niet een officiële wet. Hoewel een jaar later de Supreme Court besloot in Roe v. Wade dat vrouwen het recht hadden om voor een abortus te kiezen.

En hoewel deze sterke stroom feminisme voor veel goeds heeft gezorgd, ontstond er in de jaren 70 ook een groep die zich iets radicaler opzette. Radicaal feminisme richt zich op het ontmantelen van het patriciaat. Groepen als Redstockings en WITCH zijn hieraan terug te linken. Ze vochten bijvoorbeeld voor anticonceptie en abortus voor vrouwen. Ze wilden genderrollen doorbreken. Ze vochten tegen pornografie, verkrachting en prostitutie, omdat dit uitingen waren van patriarchale macht. 

Deze ideeën lijken misschien voor sommigen extreem maar naar mijn mening zijn ze nog niet zó radicaal. Binnen deze groep radicale feministen kun je ook een subgroep vinden die nog een stapje verder gingen. Zij vonden dat vrouwen niet moesten trouwen, moesten scheiden van hun man en dan gescheiden moesten blijven. Vrouwen moesten allemaal lesbiennes worden. De vrouwengroep Lesbian Nation die in deze tijd ontstond, had als doel om een honderd procent lesbisch land op te richten. In de Verenigde Staten en Canada waren er groepen vrouwen die hun eigen lesbische mini-maatschappij oprichtten.

In deze tijd konden veel vrouwen die daadwerkelijk lesbisch waren dat ook uiten, ze kregen de mogelijkheid en motivatie om uit de kast te komen. Veel vrouwen hebben ook in deze tijd geëxperimenteerd met het idee. Maar een keerzijde was dat heteroseksuele vrouwen een zekere druk voelden. In de 21e eeuw weten we maar al te goed dat je niet je eigen seksualiteit kunt kiezen. De radicale feministische vrouwengroep Paarse September vond dat vrouwen die niet lesbisch werden het systeem van vrouwenonderdrukking hielpen in stand te houden. Je mocht niet samenwerken met je onderdrukker.

Deze vrouwen noemden zichzelf dan misschien feminist maar naar mijn mening zijn ze verre van. Ze zijn bijna net zo erg als seksisten die juist tegen feminisme zijn. Deze radicale feministen doen niet alleen hetzelfde als seksisten doen; het bepalen wat vrouwen wel en niet mogen doen. Ze hebben ook een prestatie opgebouwd wat de geschiedenis heeft onthouden als: alle feministen zijn mannenhaters.

Dit subgroepje radicale feministen wilde ik graag benoemen in het geval dat je iemand bent wie zich hiermee associeert en er nog eens bij stilstaat hoe krom de standpunten zijn. Of misschien ben je iemand die zich juist totaal niet ziet als feminist, omdat je gelijk beelden van deze extreme mannenhatende vrouwen voor je ziet. Nu we hier even bij stil hebben gestaan ga ik verder met de geschiedenis van feminisme in de 20e eeuw aan de hand van kunstenaars waarvan ik denk dat ze een goed beeld schetsen van wat feminisme en feministische kunst is.

 

Vergelijkbaar met hoe we in hoofdstuk 3 naar kunst en feminisme hebben gekeken tijdens de eerste feministische golf, gaan we dat nu ook doen, maar nu gedurende de tweede feministische golf. Wat waren de verschillen? We weten al dat waarvoor en door wie werd gevochten gedurende de eerste golf anders is dan de tweede golf. De eerste golf bestond uit een selecte groep vrouwen wie specifiek vocht voor kiesrecht en gelijke rechten op de werkvloer. De tweede golf vocht niet alleen voor meer gelijkheid in een breder spectrum, maar ook deden er meer mensen mee. Het waren niet alleen blanke vrouwen uit hogere klasse. Het waren mensen vanuit allerlei verschillende groepen uit de samenleving. We gaan dit hoofdstuk kijken naar welke vorm het feminisme van de 20e eeuw had. Eerst kijken we kort naar hoe deze tweede golf tot stand kwam, daarna gaan we kijken naar een aantal verschillende kunstenaars uit deze tijd zoals Abramovic, Kruger, en Neel.

Een van de eerste vrouwelijke kunstenaars door wie ik gefascineerd raakte, was schilder Frida Kahlo. Op jongere leeftijd, zonder te veel kennis van beeldende kunst, kon ik haar schilderijen alleen op een oppervlakkig niveau waarderen. Pas in de jaren dat ik illustratie studeerde dat ik het werk van Kahlo op een andere manier kon gaan bekijken. Geboren aan het begin van de vorige eeuw, Frida Kahlo raakt deels verlamd op jonge leeftijd waardoor haar been en voet blijvend zijn misvormd. Op 18-jarige leeftijd is Kahlo slachtoffer van een tramongeluk en heeft ze twee jaar nodig om volledig te herstellen. In deze periode kan ze niet veel, maar ze kan wel schilderen. Hieruit komt haar bekende reeks zelfportretten voort. De stijl die later volgt is zeker interessant, omdat er vanuit zijn surrealistische aard van alles te zien is. Je blijft naar haar schilderijen kijken. Maar wat ik nu vooral waardeer aan het werk van Kahlo is dat ze zichzelf zo onbeschaamd neerzet. Ze laat zichzelf zien precies zoals ze is. Haar zelfportretten zetten haar zelfbeeld neer en daarmee ook zelfacceptatie. De reden dat ik dit belangrijk vind in haar werk is, omdat Frida Kahlo ook nu niet voldoet aan de westerse norm van schoonheid. Ik ben weleens langs foto’s gekomen waar iemand zelfportretten van Kahlo zo had gefotoshopt dat haar doorlopende wenkbrauw perfect geëpileerd leek, ze geen donkere haren op haar bovenlip had, haar neus wat kleiner leek en zelfs haar huidskleur lichter was.

De zelfportretten van Frida Kahlo zijn naar mijn mening een verklaring van eigenliefde, iets wat ook vandaag iets is wat niet vaak gebeurd.

“For the first time ever, issues such as motherhood, abortion, sexuality, raising children and the active role of women in the public arena began to occupy political debate.” 

-Martha Rosler.

Martha Rosler in Women House (national museum of women in the arts) Desperate House Wives. P.28

Kunstenaars zoals Martha Rosler, Brigit Jürgenssen, Karin Mack, Valie Export en Cindy Sherman zijn belangrijk geweest in het beeldgeven van de strijd voor vrouwenrechten in de vorige eeuw. Zij maakten werk als protest tegen wat er werd verwacht van vrouwen. Zij vochten tegen het patriciaat. Voor deze, maar ook andere vrouwen, was het huis een symbool voor onderdrukking, opsluiting, afzondering en onderwerping aan de mannelijke macht. Met ironie en humor parodieerden ze stereotypen uit de middenklasse van vrouwen die beperkt waren tot hun huizen.

Deze vrouwen, ‘desperate housewives’, werden op een manier afgebeeld dat goed was uitgekozen en om de herhalende details van hun leven te benadrukken en dan ook te bekritiseren. Ze laten het verschil zien tussen de belofte van het prachtige gehuwde leven en het gezwoeg van hun dagelijkse routine en huishoudelijke taken.

Het werk van Brigit Jürgenssen is niet alleen een oorlogskreet tegen de structurele onderdrukking van vrouwen, het is ook de verbeelding van de mogelijkheid dat iedereen uit een rol kan breken en een eigen identiteit kan aannemen. In het werk van Jürgenssen is ook het thema gender terug te vinden. In haar werk bekritiseert ze de traditionele gendertropen die vrouwen beperkten in hun leven. “I wanted to show the common prejudices against women, the role models that society ascribed to them, the ones with which I was always confronted,” Jürgenssen ondervroeg niet alleen de rol van vrouwen in de samenleving door middel van haar werk, maar ze ondersteunde ook actief haar vrouwelijke collega’s in de kunstgemeenschap. Zoals bijvoorbeeld Louise Bourgeois en Meret Oppenheim.

Untiteld Film Still #58

Haar tijdgenoot Cindy Sherman gebruikte haar zelfportreten om identiteit en genderrollen te onderzoeken. Vergelijkbaar met Claude Cahun die haar voorging. Echter gebruikt Sherman deze portretten niet om verschillende aspecten van zichzelf te laten zien, maar meer om de maatschappij in haar geheel te onderzoeken. In haar werk ‘Untitled Film Stills’ personifieert ze clichébeelden en stereotypen van vrouwen uit films van de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. In haar werken ziet ze er telkens anders uit. De ene keer is ze een Femme Fatale uit een Hitchcock-film, daarna is ze een vrolijke botox-huisvrouw. Ze reageert hiermee op welke manieren vrouwen in rollen worden gestopt en dat een vrouw vaak ook een actrice wordt in haar eigen leven. Dit komt door jaren van cultuur en de maatschappij die het bestaan van vrouwen zo heeft platgedrukt tot stereotypes en afbeeldingen, vrouwen kunnen die dan makkelijk opvolgen. Met de opkomst van internet, sociale media en de selfie-cultuur kreeg Sherman een nieuw platform voor haar werk.

Dit is naar mijn mening heel interessant, want wat zeker mee kwam met de trend van sociale media waren zekere verwachtingen. Met name mensen van mijn leeftijd en jonger groeiden op met een constante stroom aan ‘perfecte’ beelden van mensen en hun leven. Foto’s op iemands Instagramaccount zijn bijna altijd gefotoshopt en iemands profiel creëert snel het idee dat hun leven perfect is. Dit zorgt ervoor dat je eigen zelfbeeld sneller naar beneden gaat. Wanneer er een nieuwe schoonheidstrend ontstaat en sociale media je elk moment van de dag blootstelt aan deze trend kun je daar onzeker van worden. In veel gevallen veroorzaakt het ook ongezonde eet- en levenspatronen bij verschillende mensen of zelfs eetstoornissen. Hierom vind ik het werk van Sherman interessant en belangrijk, omdat zij tegen deze schoonheidsidealen ingaat. Vooral op Instagram kun je zien dat ze vooral speelt met haar werk en zich niet druk maakt met hoe ze eruitziet, of het allemaal perfect op elkaar aansluit.

Met groeiende intensiteit werkten verschillende kunstenaars om de grenzen te verleggen van de fysieke maar ook psychologische ruimtes waarin ze leefden. Verschillende werken werden gemaakt van verschillende kunstenaars waar ze, vrij letterlijk, vast zaten in een ruimte. Birgit Jürgenssen fotografeerde zichzelf waar ze zich tegen glas aandrukte met de woorden: ‘Ich möchte hier raus!’ (Ik wil hieruit!) In een ander werk is ze afgebeeld als een tijger die de spijlen van haar kooi vasthoudt. Lydia Schouten liep heen en weer in een kooi voor een performance. Tijdens deze performance liep ze langs de spijlen van de kooi waaraan aquarelpotloden vastzaten. Dit was commentaar op het idee dat vrouwen make-up moesten dragen, zelfs wanneer ze alleen thuis zaten. Helena Almeida uitte hetzelfde gevoel in foto’s waarin ze met haar handen buiten de metalen spijlen van een kooi rijkt. Ook de films van Lucy Gunning zijn belangrijk in deze periode. Op een vergelijkbare manier als de bovengenoemde drie kunstenaars onderzoekt Gunning de grenzen van een ruimte waarin ze zichzelf opsluit.

Het was niet alleen binnen de ruimtes van een echt huis waarin kunstenaars van de vorige eeuw werkten waarmee ze op verschillende manieren kritiek gaven op de manier waarop vrouwen werden behandeld. Nee, op een veel kleinere schaal waren er meerdere kunstenaars bezig met poppenhuizen. Het toneelstuk ‘A Doll’s House’ van Henrik Ibsen had een ongehoorde invloed op vroege vrouwenbewegingen aan het einde van de 19 e eeuw.

Ibsen veranderde kinderspeelgoed in een gevangenis waarin een geobjectificeerde vrouw zich van kamer naar kamer beweegt, gevangen in fantasieën en representaties van vrouwelijkheid. Een eeuw later gebruikten meerdere kunstenaars poppenhuizen als representatie van het leven van vrouwen in de vorige eeuw. 

Laurie Simmons fotografeerde een poppetje van een huisvrouw in verschillende kamers van een poppenhuis waar zij zich bezighield met verschillende huishoudelijke taken. Rachel Whiteread ontwierp een moderne versie van een schaakbord waar de schaakstukken waren vervangen door onderwerpen van haar eigen poppenhuis. De koning en koningin waren een strijkplank en een oven op een schaakbord van aan elkaar genaaide stukken vloerbedekking. Penny Slinger’s ‘Exorcism House’ is een serie beelden van huiselijk geweld. Een daadwerkelijk poppenhuis omgebouwd tot nachtmerriehuis.

Er zullen zeker genoeg mensen zijn wie simpelweg vinden dat vrouwen door de geschiedenis heen minder hebben gepresteerd. Dat er drastisch minder vrouwen zijn die we bij naam zouden moeten kennen in vergelijking met mannen. Er zullen genoeg mensen zijn die deze tekst lezen en vinden dat ik overdrijf, me aanstel, verzin het maar. Om eerlijk te zijn snap ik niet hoe je tot hoofdstuk vier bent gekomen met deze houding, maar goed. We gaan rustig verder.

 

In de jaren zeventig van de vorige eeuw vochten vrouwelijke kunstenaars tegen het gebrek aan echte ruimte waarin ze volledig zouden worden erkend –een expositieruimte, een werkplaats of een symbolische ruimte–. Het werk van deze vrouwen plaatsten hen in het middelpunt van een kunstgeschiedenis waar zij ontbraken. In tegenstelling tot de eerste feministische golf, toen werd kunst niet expliciet gebruikt voor de vrouwelijke emancipatie. In deze tweede golf zag je een grote hoeveelheid aan kunstenaars die door middel van hun werk het leven van de vrouw wilden verbeelden en veranderen.

Zo zie je maar weer dat dingen constant veranderen. In het volgende hoofdstuk zul je zien hoe de derde feministische golf afwijkt van haar voorgangers. Iets wat helaas niet veranderd is, is dat men graag vrouwen de schuld wil geven. Een voorbeeld hiervan was George Sand wiens werk pas werd afgekeurd op het moment dat duidelijk werd dat hij een zij was. Vanaf dat moment kwamen verschillende critici tot de conclusie dat haar werk toch niet zo goed was.

Een duidelijker voorbeeld van deze kromme manier van het bekritiseren van door vrouwen gemaakte kunst is in het geval van Hanna Wilke. De meest oneerlijke kritieken die Hanna Wilke in haar leven heeft gekregen was dat ze mooi zou zijn. Wilke was een fotograaf, een beeldhouwer en performancekunstenaar. In veel van haar werk is ze ook zelf te zien en vaak naakt. De kritieken gingen erop in dat zij haar lichaam te veel in haar werk gebruikt. Dat ze narcistisch was omdat ze met haar uiterlijk zou staan te pronken in haar foto’s. Er werd aan haar gevraagd wat ze zou hebben gedaan als ze niet mooi zou zijn geweest.  “What difference does it make? [...] Gorgeous people die as do the stereotypical ‘ugly.’ Everybody dies.”

Dit korte verhaal van Wilke’s leven sprak me aan. Ik weet dat wanneer een vrouw als ‘lelijk’ of ‘onaantrekkelijk’ wordt gezien het werk zou maken als wat Wilke maakte de reactie precies het tegenovergestelde zou zijn. In dat geval zou er gezegd worden dat ze te lelijk zou zijn om zichzelf zo naakt te laten zien.

Wanneer je op lange termijn in aanraking komt met deze of vergelijkbare onderwerpen pik je deze patronen op. Vrouwen zijn te mooi of niet mooi genoeg, te slim of niet slim genoeg. Vrouwen praten te veel of zijn altijd stil, laten over zich heenlopen of zoeken constant aandacht. In de woorden van Allison Reynolds in John Hughes’ ‘The Breakfast Club’:

Wat ik ook zeker terugzie in deze periode, zeker met terugwerkende kracht, zijn de verschillen tussen hoe mannen en vrouwen naar kunst kijken. Ik kan me voorstellen dat veel van kunst die door bovenstaande vrouwen is gemaakt niet altijd met open armen werd ontvangen. Een duidelijk verschil is dat mannen zich vaak niet bewust zijn van het feit dat veel kunst uit de geschiedenis gemaakt is door mannen, over mannen gaat, het leven van mannen laat zien. Zet een vrouw in een kunstmuseum en zij zal sneller opmerken dat merendeel van het werk door mannen is gemaakt. Wanneer je dit omkeert werkt het ook. Als je een man in een expositie zet van alleen vrouwelijke kunstenaars zijn zij zich er pijnlijk van bewust dat al het werk door vrouwen is gemaakt.

Een voorbeeld hiervan is te zien bij werk van Mary Beth Edelson wie in 1972 een werk maakte genaamd ‘Some Living American Women Artists/Last Supper’. In dit werk heeft ze het bekende schilderij van Leonardo da Vinci ‘Last Supper’ genomen om vervolgens de hoofden van de mannen in het schilderij te vervangen met foto’s van vrouwelijke kunstenaars uit die tijd. Daarnaast heeft zij ook een rand met hoofden toegevoegd. In totaal tel je 69 vrouwelijke kunstenaars. Jezus’ hoofd is vervangen door Georgia O’Keeffe en verder zie je ook vrouwen waaronder Hannah Wilke, Yoko Ono, Faith Ringgold, Lee Bontecou, Eleanor Antin, Lee Krasner, Carolee Schneeman, en Lynda Benglis. Edelson lichtte het werk toe door te zeggen dat dit is hoe het voelt om voor eeuwenlang uit de kunstgeschiedenis gehouden te worden.

Some Living Amercan Women Artists/Last Suppe

Naast Mary Beth Edelson denk ik dat Marina Abramovic een ander goed voorbeeld is. Ik weet nog dat ik op de kunstacademie begon ik performance art verschrikkelijk vond. Ik zag niet wat het doel ervan was en ik was er simpelweg niet in geïnteresseerd. Marina Abramovic was de eerste performancekunstenaar die ik kon waarderen. Misschien was ik wat meer geïntegreerd in de kunstwereld om op dat punt performance art te kunnen waarderen. Misschien was het specifiek het werk van Abramovic wat me zo aansprak. Ik weet nog dat ‘The Artist Is Present’ een ontzettende indruk op mij heeft gemaakt toen ik in een kunstgeschiedenisles daar voor het eerst over hoorde. Maar het was met name ‘Rhythm 0’ wat me heel erg heeft geraakt.

 

Het was haar performance met Uwe Laysiepen –of Ulay– ‘The Other: Rest Energy’ waar duidelijk te zien werd hoe mannen en vrouwen naar kunst kijken. Op de sociale mediasite Tumblr.com vond een kort gesprek plaats aan de hand van een stil van deze voorgenoemde performance. Het gesprek begon met het beeld waar Ulay en Abramovic samen een pijl en boog richten op het hart van Abramovic en iemand die daarop reageerde met; “dus dit is hoe vertrouwen eruitziet.” Gevolgd door een ander individu, “dit is hoe het patriarchaat eruitziet.” Volgens de mensen wie reageerden in dit gesprek zou de performance illustreren hoe mannen verwachten dat vrouwen hen altijd maar zouden moeten vertrouwen. Dat wanneer een vrouw duidelijk maakt bang te zijn of zich oncomfortabel te voelen, de man zich daardoor persoonlijk aangevallen voelt. Vanuit het perspectief van de man zouden ze gelijk zijn, ze trekken samen de pijl en boog strak. In dit gesprek werd benoemd dat wanneer de vrouw haar gevoel zou uitleggen met het feit dat alleen zij gevaar loopt zou de man in de verdediging springen. De man zou beweren dat hij niet geweldig is, hij haar geen pijn wit doen, et cetera.

Mannen, wees niet bang, ik probeer niet te insinueren dat alle mannen zo reageren.

Ik denk dat het werk van Abramovic over het algemeen goed illustreert hoe de relaties tussen en mannen en vrouwen vaak eruitzien. In ‘Rhythm 0’ laat ze de relatie zien tussen een vrouw en de massa. Vandaar dat ik van mening ben dat haar werk vandaag nog steeds relevant is. Met ‘The Other: Rest Engergy’ denk ik dat het heel interessant is om te zien hoe anderen dit werk zien in vergelijking met Abramovic zelf. Volgens Abramovic ging dit werk namelijk over vertrouwen.

 

In hoofdstuk vijf gaan we rustig door en komen we aan bij de derde feministische golf. Vergelijkbaar met hoe we afgelopen hoofdstuk naar kunst en feminisme hebben gekeken, doen we dat weer. Waar je wel achter zult komen is hoe wazig de grenzen worden tussen de verschillende feministische golven. Zo aan het eind van het 5e hoofdstuk komen we ook aan in de 21e eeuw en de huidige stand van zaken wat betreft kunst en feminisme.

Th Other: Rest Energy

© 2019 by Marloes Roskam. Proudly created with Wix.com